Hoe kies je de juiste multivitamine?

Hoe kies je de juiste multivitamine?

Naast het eten van gezonde voeding is geen overbodige luxe voor je lijf dat je multivitamine slikt.

Multivitamine kun je tegenwoordig overal kopen, maar er is heel veel kaf tussen het koren. Waar moet je nou op letten, als je voor dat enorme schap bij de drogist staat? Het begint en eindigt bij het lezen van het etiket.

Wat staat er op het etiket van jouw multivitamine?

Vitamine A, B1, B2, B3, B5, B6, B8, foliumzuur, B12, C, D, E, K, magnesium, koper enzovoorts. Prima als deze vitamines en mineralen en nog veel meer in een multivitamine zitten, maar het zegt niet zoveel. Je wilt de volledige naam weten. De meeste stoffen horen doorgaans verbonden te zijn aan een transportbootje om optimaal opgenomen te kunnen worden. Selenium wordt bijvoorbeeld goed opgenomen, als het gebonden is aan methionine. Op het etiket zou dan moeten staan: selenium (selenomethionine). Vitamine B2 is riboflavine. Als de verbinding of de volledige naam van de verschillende stoffen nergens te vinden is, laat het potje dan maar in de winkel achter.

Dure ontlasting

Een tweede makkelijke manier om het kaf van het koren te scheiden is kijken naar de verbinding van magnesium. Als er magnesiumoxide staat, zorg je met dat supplement alleen voor dure ontlasting. Magnesiumoxide wordt gebruikt als kalk bij het turnen. In het ziekenhuis wordt magnesiumoxide gebruikt om de darmen schoon te maken, oftewel het is een laxeermiddel. Als je een lekke darm hebt, zorgt magnesiumoxide voor een immuunreactie. Daar word je moe van. Dus magnesiumoxide is een big NO-NO. Magnesium wordt het best opgenomen, als het aan een aminozuur gekoppeld is. Zoek op het etiket naar magnesiumbisglycinaat (-chelaat is de oude naam). Magnesiumcitraat wordt ook goed opgenomen.

Wat moet er nog meer niet in een multivitamine zitten?

Geloof het of niet, maar vaak (lees: bijna altijd) zitten er dingen in een multivitamine die er helemaal niet in thuis horen. Synthetische kleur- en geurstoffen, conserveermiddelen en glutamaat wil je echt niet in je voedingssupplement hebben. Er bestaan gewoon multi’s met E-nummers! Dus let daar op.

Sommige dingen heb je gewoon niet extra nodig

Van sommige voedingsstoffen heb je absoluut niet meer nodig. Natrium (keukenzout) zit in zoveel producten, dat de kans zeer klein is dat je er ooit een tekort aan zult krijgen. Fosfor is een mineraal dat wel veel in de bodem zit. Als je melk drinkt en geconserveerde etenswaren eet, heb je eerder een teveel aan fosfor. Dus natrium en fosfor zouden niet in een multivitamine moeten zitten.

Wat is de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid?

Het is tegenwoordig verplicht om op voedingsmiddelen en -supplementen voor de verschillende voedingsstoffen te vermelden hoeveel procent van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) het bevat. Op multi’s zie je vaak staan dat er van alles 50% van de ADH in zit. Heb je serieus van alle verschillende vitamines en mineralen precies 50% tekort? Dat komt van bedrijven die totaal geen verstand hebben van voeding en vitamines en mineralen. Die bedrijven zijn voedingssupplementen gaan verkopen, omdat het gewoon een lucratieve business is. Dus wees op je hoede, als je dit op een multi ziet staan.

Hoe zou je het normaal eten?

Bij de keuze van een supplement moet je nadenken over hoe je het normaal zou eten. Hoe komt het in de natuur voor? Vitamine C (ascorbinezuur) komt niet los in de natuur voor. Een appel bestaat bijvoorbeeld uit vitamine C, flavonoïden en mineralen. Dus een supplement moet ook die drie bestanddelen bevatten. Dus vitamine C als ascorbaat met flavonoïden is zoals het hoort.

Zink komt bijvoorbeeld veel voor in vis. Vis bevat eiwitten. De opname van zink is optimaal, zoals het in de natuur voorkomt. Dus een multivitamine moet zink bevatten dat gebonden is aan een aminozuur. En zo kan ik nog wat voorbeelden bedenken. De boodschap is: kijk hoe het in de natuur voorkomt en of het ook zo in de multi zit. Dan herkent je lichaam het en kan het optimaal opgenomen worden.

Multivitamine bio-identiek

Natuurlijke multivitamine

Natuurlijke supplementen bestaan niet. De reden dat we supplementen gebruiken, is juist omdat het niet/minder in de natuur voorkomt. Het gaat er om of de chemische structuur hetzelfde is als hoe het in de natuur voorkomt en of de hulpstoffen erbij zitten. Bio-identiek heet dat.

Waar let je op bij de keuze van een multivitamine?

De verbindingen moeten vermeld worden. Niet alle bestanddelen moeten er voor hetzelfde percentage van de ADH in zitten. Mineralen moeten niet gebonden zijn aan oxide, fosfaat of sulfaat. Natrium en fosfor zijn overbodig.

Verder kun je nog kijken naar gebruiksgemak. Heb je er dagelijks drie tabletten van nodig of slechts één. Dit staat natuurlijk op het etiket vermeld, maar je kunt ook de hoeveelheid vitamine B6 (pyridoxine) als richtlijn gebruiken. Gemiddeld heb je dagelijks 20 mg vitamine B6 nodig. Dus als er op het etiket staat dat er 10 mg in zit, weet je dat je in ieder geval dagelijks twee tabletten moet gebruiken. Als er 50 mg vitamine B6 in een tablet zit en je zou er volgens het etiket 2 per dag moeten slikken, dan lijkt me dat niet zo’n goed idee. Een teveel aan B6 kan nare verschijnselen geven.

Wat zijn goede merken?

Als je met bovenstaande eisen de multivitamineschappen langs gaat, zul je tot de ontdekking komen dat de meeste winkels troep verkopen . Ik gebruik zelf de multivitamine van Bonusan. Andere goede merken zijn AOV Lamberts en Solgar. Er zijn vast nog wel meer goede merken op de markt. Houd gewoon het eisenlijstje ernaast en je weet het.

 

Welke multivitamine gebruik jij?

Bron

Share This